Het museum van verbroken beloftes - Elizabeth Buchan

  • jpg
  • jpg

'Laures route over de Karelsbrug naar het plein van de oude stad werd al snel sleets. Rechtdoor vanaf de brug, de kuil bij het scheefgezakte huis omzeilen en de Disney-kerktorens in de gaten houden.

Meestal ben ik in het marionettentheater. En anders weet iemand daar wel waar ik ben. Kom je daarheen?

Dat wilde Laure wel. Heel graag. Maar de waarschuwingen van Petr en Eva stonden haar nog helder voor de geest. Waar lag de grens tussen politiek en persoonlijk? Ze had geen idee. Thuis twijfelde ze nooit of te nimmer aan de status-quo. In Praag kreeg ze dagelijks raadsels voorgeschoteld. Een vork was een vork was een vork? Blijkbaar niet.

Om aan de middaghitte te ontsnappen had ze de kinderen twee keer meegenomen naar het marionettentheater en dat was een succes geweest. Verhit en ongedurig waren ze op een plek beland waar het ging om de fantasie. Met grote ogen en open mond had Maria toegekeken. Jan gilde van de pret. Laure genoot van hun reacties en ook zij gaf zich over aan de magie.

Vanavond ging ze er echter in haar eentje naartoe.

Een kleine bron van frustratie vormde haar schaarse garderobe; een zwarte katoenen jurk met een patroon van roze rozen was het enige mooie kledingstuk dat ze bezat.

Eva fronste toen Laure daarin haar kamer uitkwam. ‘De hals is te diep uitgesneden,’ zei ze.

Laure had de jurk in Parijs gekocht. Voor haar ademden de snit, de plooien en de manier waarop de jurk viel Rive Gauche, en daar was ze trots op. Ze wist nog goed hoe ze de moed bijeen had geraapt om de Parijse winkel binnen te gaan en de hooghartige verkoopster haar zelfvertrouwen had ondermijnd toen ze haar spaargeld op de toonbank legde. ‘Volgens mij is er niets mis mee,’ zei ze tegen Eva.

Er laaide een strijd op tussen Laure en Eva; maar omdat ze jonger, veel knapper en steviger was, kwam Laure als winnaar uit de bus. Het was – uiteraard – een armzalige zege en ze probeerde de voldoening die ze voelde te temperen.

‘Als je ons in de problemen brengt, vergeef ik je dat nooit. Het is ’s avonds niet veilig in de stad.’ Eva’s Frans haperde en ze perste haar lippen op elkaar. Ze liep over van ontevredenheid, als een te vol gezogen spons.

Laures geweten knaagde en ze zocht een opening. ‘U vindt het vast fijn om thuis te zijn bij familie en vrienden.’ Niet dat Laure die ooit op bezoek had zien komen.

‘Thuis,’ zei Eva, alsof ze niet vertrouwd was met dat concept. ‘Ja, natuurlijk.’

Laure frunnikte aan haar jurk. ‘Wilt u wel dat ik blijf? Of hebt u liever iemand die in Praag woont om voor de kinderen te zorgen?’ ‘Nee… nee.’ Eva’s antwoord was oprecht. ‘De kinderen kennen je. Ze zijn op je gesteld. Dat is het belangrijkste. We hebben speciale toestemming gekregen je hiermee naartoe te nemen.’ Met een gebaar dat een gewoonte was geworden drukte ze tegen haar maag. ‘Ik heb hulp nodig. Begrijp je?’

De twijfel sloeg toe. Kon ze niet beter ontsnappen aan dit raadselachtige huishouden? Deze woning met zijn plastic stoelen en, zoals ze inmiddels was gaan vermoeden, gestolen servies en glaswerk? Moest ze de kans aangrijpen om een stad te ontvluchten waar, zo leek het althans, feiten alleen feiten werden als ze goedgekeurd waren door de autoriteiten?

Op een briefje in het marionettentheater stond dat de voorstelling om acht uur begon. Hoewel dat nog zeker een halfuur duurde, zocht Laure alvast een bankje uit en ging erop zitten. De belichting werd getest en achter de schermen werden levendige discussies gevoerd.

Opeens dook Lucia op. Ze was van top tot teen in het zwart gekleed. Dat stond haar goed: ze zag er geweldig uit. Als de strijdster die men zei dat ze was. Toen ze Laure zag, kwam ze fronsend naar haar toe. ‘Te vroeg.’ Haar Engels was verstaanbaar, maar ze had een zwaar accent.

‘Ik vind het niet erg om te wachten.’

Lucia liet haar ogen over de jurk glijden en tilde een wenkbrauw op. ‘Het heeft geen zin om op Tomas te wachten. Hij is niet hier.’ ‘Oké,’ zei Laure, die vriendelijk bleef lachen.

Lucia zette haar handen op haar heupen. ‘Weet je?’ Haar accent werd zwaarder. ‘Je bent een lastpost en misschien wel een probleem.’

Dat was onbeleefd, zelfs als je rekening hield met Lucia’s gebrekkige Engels, en Laure zette zich schrap om terug te slaan. ‘Heb jij soms een hekel aan buitenlanders?’

‘Ze kunnen het leven moeilijk maken. Ze nemen wraak.’

Ze hadden beiden moeite met de taal. ‘Ze? Wie nemen wraak?’

Lucia haalde haar schouders op. ‘Luister, jij bent niet… als wij. We weten niet hoe je denkt en wat je vindt. De buitenlanders die hij meeneemt zijn lastig. Het is al eerder gebeurd. Tomas moet niets met jou te maken hebben.’

‘Waarom probeer je er niet achter te komen wat ik vind?’

‘Zinloos.’

Het klonk als een uitdaging. Lucia draaide zich met een ruk om en verdween.

‘Geen zorgen,’ zei een stem in het Engels achter de schermen. ‘Tomas komt straks. Leo en hij proberen Manicky weer nuchter te krijgen.’ Een gedrongen gedaante met wijkend zandkleurig haar verscheen in beeld. Ook hij sprak Engels met een zwaar accent, maar dat was van een andere orde en vloeiender. ‘Ik ben Milos. Ik zorg voor de poppen, ontwerp decors en doe de belichting. Ik ben zo belangrijk dat ze niet zonder me kunnen. En om mijn brood en wodka te verdienen, maak ik portretten van partijleden.’ Hij schonk Laure een buitengewoon aandoenlijke glimlach, waardoor ze zag dat hij een voortand miste. ‘Trek je maar niets aan van koningin Lucia. Ze wil oorlog en is hard tegen iedereen die niet bij haar leger hoort.’ Hij keek Laure met samengeknepen ogen aan. ‘Zal ik je voorstellen aan een paar van mijn kinderen?’

‘Kinderen?’

‘Neem me niet kwalijk. Ik bedoel de marionetten.’

Hij nam Laure mee achter de schermen, naar een kleine kamer waar rijen marionetten in alle soorten en maten aan een muur hingen en planken vol dozen een volledige wand bedekten. De ramen waren wijd opengegooid tegen de hitte en het geluid van passanten sijpelde naar binnen.

‘Dit zijn de Kaspars,’ zei Milos, terwijl hij twee marionetten op tafel legde. ‘Jij kent ze vast als Punch en Judy. Dat zijn de oudste marionetten in Europa. Niet deze, natuurlijk. Maar wie ze zijn.’

Zo neergelegd op tafel leken de Kaspars kleine lijken.

‘En zij…’ hij wees naar twee marionetten met varkensachtige gelaatstrekken en zwarte pakken die bij het raam hingen, ‘zijn vader en zoon.’ Met een genegenheid die doorgaans gereserveerd leek voor baby’s betastte hij de oudere pop met één vinger. ‘Dit is houpӯ Honza. Hij is erg dom en zegt domme dingen. Dit is zijn zoon, die slim is.’

Laure veegde het zweet van haar wang. ‘De nazi’s haatten houpӯ Honza en zijn zoon. Ze arresteerden de man die hem gemaakt had en zetten hem gevangen. En toen kwamen ze terug en arresteerden de marionetten.’

‘De marionétten!’

Milos keek Laure aan met een blik van ‘je moest eens weten’.

Inderdaad.

Het was snikheet binnen en haar oksels waren vochtig. Milos had duidelijk andere dingen te doen, dus ze bedankte hem en vluchtte de tuin in. Daar stak ze een sigaret op, een gewoonte die ze kortgeleden had aangenomen. De sigaret was Brits en kwam uit een pakje dat ze had meegenomen op de veerboot over het Kanaal. Ze inhaleerde en dat gaf een scherp gevoel achter in haar keel, maar ze zette door. De rook kringelde omhoog en de geur mengde zich met die van de tabaksplant in de hoek.

‘Dus je bent gekomen,’ zei een stem.

Haar hart maakte een sprongetje toen ze zich met een ruk omdraaide. ‘Zoals je ziet.’

Ondanks de hitte droeg Tomas het linnen vest. Hij trok het uit en hing het gevouwen over de rugleuning van de tuinbank. Hij stond in het volle licht. Met zijn tengere postuur, samengeknepen ogen, volle wimpers en achterovergekamd haar straalde hij energie, brutaliteit en… een onweerstaanbare woeste aantrekkelijkheid uit.

‘Mooie jurk.’ Hij klonk waarderend. ‘Niet in Tsjecho-Slowakije gekocht, denk ik.’

‘Parijs.’

‘Wekt vast argwaan bij de verklikkers.’

Ze friemelde aan de stof en voelde dat een blos het weinige beetje stoerheid dat ze bezat wegkaapte.

Hij trok haar op het bankje en glimlachte, wat hij zo vaak deed. ‘Vind je de marionetten leuk? Marionetten en poppen, en de Laterna Magika zijn sterk verankerd in onze tradities. In die van jou niet zo, denk ik.’

‘Punch en Judy.’ Ze fronste. ‘Dat is het wel zo’n beetje.’ Wist ze iets over haar eigen tradities? ‘Hier is het anders. Jullie hebben toverspreuken en betoveringen.’ Ze zocht naar woorden. ‘Als je écht iets wilt zien, moet je hier jezelf vergeten. Dat hoort bij de ervaring.’

‘Dus je hebt het door.’

Aangemoedigd ging ze verder. ‘Je denkt dat je naar iets kijkt, terwijl het eigenlijk ergens anders over gaat.’

Ze had een stomme fout gemaakt. Tomas’ glimlach verdween en hij duwde Laures arm omlaag: een waarschuwing om haar mond te houden. Hij haalde zijn hand weg en zei zacht: ‘Ik wist dat je slim was en dat heb je goed gezien, maar daar kunnen we hier niet over praten.’

Ze opende haar mond om te reageren, maar hij stak zijn vinger op: niet doen.

Er viel een stilte. Vreemd genoeg was die niet in het minst ongemakkelijk – wat heel goed gekund had – maar… opwindend. Tomas verbrak hem als eerste. ‘Zou je het leuk vinden om hier te helpen? In de zomervakantie?’

Haar sigaret brandde nu gevaarlijk dicht bij haar vingers. Ze liet de peuk vallen en zette haar voet erop. ‘Hoe bedoel je?’

Hij gebaarde naar de zaal. ‘We kunnen koeriers en sjouwers gebruiken. Er moet heel veel gerepareerd worden. We hebben mensen nodig die in geval van nood kunnen inspringen. En dat komt regelmatig voor. De verlichting die het begeeft, bijvoorbeeld, of geknapte touwtjes van de poppen.’ Hij bukte, raapte haar peuk op, wikkelde die in een stukje papier en stopte dat in zijn zak. Laure keek ietwat verbaasd toe. ‘Vind je me gestoord? Ja. Maar dit is een Britse sigaret. Het zou niet goed zijn als iemand wist dat ik met een vreemde had gepraat.’

‘Kan zoiets onbenulligs problemen opleveren?’

Hij keek haar onderzoekend aan. Wat zocht hij? Iets wat bevestigde dat ze geen gevaar vormde? ‘De kleinste sporen leiden tot grote dingen.’

Ze streek met haar tong langs haar droge lippen. ‘Mijn werkgever heeft me gevraagd de rest van het jaar te blijven. Ik denk erover na.’

‘Ik vraag me af waarom.’ Tomas kneep zijn ogen samen. ‘En doe je dat? Blijven?’

Ze overwoog nog een sigaret op te steken, maar bedacht dat ze daardoor zenuwachtig zou overkomen. ‘Ik wil graag meer weten over dit land.’

‘En wil je ook meer weten over mij?’

Ze leek nauwelijks in staat te ademen. ‘Ja.’ O ja.

Hij schoof dichterbij. ‘En ik over jou.’

Haar reactie hierop kwam blijkbaar nogal klungelig over – dat kwam doordat ze niet wist hoe ze moest omgaan met de intensiteit ervan. ‘Ik hóór meer te weten. Over het land, bedoel ik.’

Hij lachte als een boer met kiespijn. ‘Er is te veel om te weten. Maar je hebt vast gemerkt dat onze geografische ligging in ons nadeel werkt.’

De zaal begon vol te lopen met publiek. Tomas wierp een blik op de deur, stond op en ging iets harder praten. ‘Wat je moet onthouden is dat de staat goed en efficiënt is; voor de bevolking zorgt. Begrepen?’

Ze was verbijsterd. ‘Ik denk het wel.’

Zijn glimlach was als duizend zonnen die haar beschenen. ‘Ik voorspel dat jij een goede leerling wordt. Beloof me dat je goed je best doet.’

Ontzet knikte Laure. ‘Dat beloof ik.’'

€ 22,99 • paperback • 416 blz. • isbn 978 90 263 5139 6 • oorspronkelijke titel The Museum of Broken Promises • oorspronkelijke uitgever Corvus • vertaling Carolien Metaal • omslagontwerp Janine Jansen

Ontvang het laatste Ambo|Anthos nieuws via RSS.

Of abonneer handmatig met de Atom URL